De Barsoi is een grote hond met een gebogen ruglijn, een erg lange staart en een lange, golvende beharing. Het woord Barsoi betekent in Rusland snel,vlug en licht. De door ons genoemde Barsoi wordt in Rusland Barsaja Psowaja genoemd. Over het ontstaan van het ras bestaan verschillende theorieën en welke daarvan de juiste is, is niet bekend, in elk geval waren er diverse soorten Barsois. Het was een hond die geliefd was bij de Tsaren en Grootvorsten en ze werden gefokt voor de jacht op wolven. Vanaf 1873 werd getracht het Barsoi-ras te maken tot het nationale Russische windhondenras. Met de fokkerij daarvan,hielden de edellieden zich bezig, doch daar deze op enorm grote afstanden van elkaar woonden, ontwikkelden zich een zevental grondtypen waarvan het Perchino-type, het ideaal van Tsaar Nicolai Nicolaijewitsch, in Nederland als voorbeeld gesteld werd als de door ons gewenste Barsoi. Dit type is genoemd naar het landgoed Perchino van Tsaar Nikolai, die daar van 1887 tot 1913 fokte. Rond de eeuwwisseling werden Perchinohonden naar diverse Europese landen geëxporteerd,dat waren dan geschenken van de Tsaar aan o.a. koningin Victoria van Engeland en daardoor werd de Barsoi bijzonder populair bij de Britse adel. In Nederland kende het ras zijn eerste grote bloei in de jaren 1892-1902. Ook de jaren 1914-1918 zijn voor Nederland heel erg belangrijk geweest omdat door voedselnood de beste Duitse en enkele Belgische stammen toen in Nederland kwamen. In 1935 werd de Nederlandse Barsoi club opgericht. De rasstandaard is in 1923 opgesteld en per 1 januari 1925 van kracht geworden. De standaard beschrijft de Barsoi als een zeer gedistingeerd en edel ras, harmonieus in lichaam en gangen. De gemiddelde schofthoogte is voor reuen 75,5 cm en voor teven 71 cm. Mits de symmetrie niet geschaad wordt, verdienen de grootste honden de voorkeur. De bovenbelijning vertoont vanaf de rug een lange, bevallige boog die doorloopt naar de achterhand. Bij teven is de rug minder gewelfd en mag deze zelfs recht zijn. De lange staart wordt in rust in een sielrijke boog gedragen, in aktie iets hoger toch mag hij nooit hoger dan de aanzet gedragen worden.De beharing is lang, zijdeachtig golvend of met grote krullen waarbij aan de hals een kraag wordt gevormd. Aan de achterhand en de staart is de bevedering lang en overvloedig, op de borst en aan de achterkant van de voorbenen iets minder. Op het hoofd, de oren en de voorkant van de benen moet het haar kort en sluik zijn. De meest geliefde kleuren zijn effen wit, wit met gele, oranje, rode,grijse of gestroomde vlekken. Effen vachten in elk dezer kleuren komen ook dikwijls voor. De Barsoi is een hond die het in het bloed heeft om in eindeloze steppen te rennen en het is mede door zijn grootte dan ook geen dier dat in een kleine woning of in een kennel moet worden opgesloten. Wie ondanks kleine behuizing toch overgaat tot de aanschaf van een Barsoi, moet er wel van overtuigd zijn, dat de hond zijn dagelijkse wandelingen nodig heeft, weer of geen weer. Als de Barsoi zo aan zijn trekken kan komen, dan is hij in huis de rustigste hond en de beste vriend die men zich wensen kan. Het is wat gereserveerde, trotse hond, die in het geheel niet slaafs is. Voorts vraagt de vacht uiteraard ook een regelmatig borstelbeurt. Op de renbaan zien wij deze windhond niet zo veel, dit komt omdat dit ras er qua karakter niet zo geschikts voor is. Een Barsoi zal nooit ongemotiveerd ergens achter aan lopen, heeft de hond een redelijke kans het haas te pakken, dan zal hij er met plezier achteraan gaan, ziet hij echter dat de achtervolging nutteloos is, b.v. dat de haas te ver voor is of omdat een andere hond harder loopt dan hij, dan stopt hij vaak. Veel beter gaat het echter op de coursings, wat voor deze honden duidelijk aantrekkelijker is omdat het haas minder ver voorgedraaid wordt en er meer variatie in zit doordat de haas haken slaat en er soms ook nog hindernissen te nemen zijn, zodat dit wat natuurlijker overkomt.