DE MAGYAR AGAR OF HONGAARSE WINDHOND:

Magyar Agar

De wortels van de Magyar Agar liggen diep in de Hongaarse geschiedenis. De
Kelten met hun Vertragus, de Magyaren met hun Jachtbarsois. De Avaren en
Turken met hun op Tazi's gelijkende Windhonden, maar ook Greyhoundimports
uit Engeland in de 19e eeuw schiepen een brede basis, waarbij juist de
Greyhound bijzonder dominant was. Maar doordat de Magyar Agar bijna
uitsluitend voor de jacht werd gebruikt op een uiterst zware bodem en bij
extreme temperaturen in de winter, vond er een niets ontziende selectie
plaats, waarbij slechts de meest robuuste dieren met het grootste
uithoudingsvermogen zich konden handhaven. Zo ontstond de huidige Magyar
Agar. De substantievolle, robuuste, middelgrote hond met de sterke botten
heeft ook een zeer eigen Windhondenkarakter. Hij heeft een groot
aanpassingsvermogen, is gehoorzaam en waaks. 
De Magyaren brachten hem vermoedelijk in de 9e eeuw uit hun oude thuisland,
de steppen van de Ural, mee. Hij geeft een zeer oorspronkelijke vorm van de
Westerse Windhond weer. Uiterlijk sterk aan de Greyhound herinnerend, met
welke hij in vroegere en aanvang deze eeuw aantoonbaar werd gekruist. Na de
2e wereldoorlog waren er nog maar enkele exemplaren voor handen die toen
zonder Greyhoundkruisingen doelgericht verder gefokt 
werden. Enkele exemplaren op afgelegen boerderijen overleefden de
wereldbrand en na de oorlog kwam het oude type weer enigszins terug;
eensdeels door geringe teeltkeuze en anderdeels door selectie op het werk
(het vangen van hazen en eventueel ook vossen.) De Hongaren trachten thans
het oude ras weer in zijn glorie te herstellen.
Ook in stap elastisch en veerkrachtig. De hond kan vele kilometers draven
bijv. tijdens de training naast een aangespannen paard. De galop is te
vergelijken met die van een renpaard met een sterk verende wervelkolom, een
imposant gezicht. Zijn tegenwoordigheid van geest is indrukwekkend; bij de
grootste snelheid kan hij na een salto of een haak met dezelfde vaart verder
rennen en snelheden van meer dan 60 km. per uur ontwikkelen. In gezelschap
galoppeert hij als pup of jonge hond graag in grote kringen doelloos rond.
Achter de haas is hij in staat van meet af aan een hoog tempo te houden; bij
gunstige bodemgesteldheid tot 4 minuten, soms nog langer, niet zelden tot
dodelijke uitputting. Er zijn gevallen bekend dat deze honden, door een
beroerte getroffen na een inspannende achtervolging, stierven.
Tegenwoordig zijn tussen beide rassen (Magyar Agar en Greyhound)
weer waarneembare verschillen. De Magyar Agar is minder langgerekt, de hals
is korter, de rug minder gewelfd. De oren zijn zoals bij de Greyhound maar
niet zo fijn. Het haar is wat langer en groffer, met in de winter een dikke
ondervacht, waardoor hij zonder problemen buiten gehouden kan worden. Hij
wordt in zijn thuisland zowel voor de hazenjacht als ook voor de renbaan
gehouden. Hij is iets langzamer, maar heeft meer uithoudingsvermogen als de
Greyhound. Alle kleuren zijn toegestaan.De ideale maat ligtvoor de teven
tussen de 60 en 65 cm., voor de reuen is dat tussen de 65 en 70 cm.Het
gewicht voor de teven is tussen de 22 en 27 kilo. Bij de reuen is dat tussen
de 27 en 32 
kilo.

Pas in 1966 had dit ras zich zo versterkt, dat het door de F.C.I. erkend werd.

In Hongarije kan de Magyar Agar zich in opwaardse lijn verheugen. Er wordt
weer redelijk gefokt door o.a. deze bekende kennels; Devaj; Rokatekergeto:
Hipp-Hopp; Nyulnyuvo; Pasztortuzvirag; Laskafulu; Somogy Kincse;
Osver;Hort-Pusztai.
In Italie de bekende kennel, d'Antico Elfo. In Frankrijk de kennel, du
Domaine de Gerfut. In Duitsland zijn dat; Nem Tudom; von Pannonia;
Pusztakonig's en Bona Spes.
In Nederland is dat de kennel, v.d. Fijola Hoeve, die dit jaar (1998)het 1e
nest in Holland gaat fokken.