![]() Dyynien et Cetera Enos of Kimberly House x Nordwart Elissa Dido |
![]() Dyynien Elliot |
SALUKI OF PERZISCHE WINDHOND Oorsprong: Arabië Algemene verschijning: Sierlijk, doch krachtig en behendig; met vlakke spieren en een plat bone. Sterk, zonder een spoor van"verfijning" Gebouwd om te jagen op elke ondergrond, met een ongekend uithoudingsvermogen. Het hoofd vertoont veel adel, met een waardige en zachte uitdrukking. Hoofd: lang en smal, schedel tamelijk breed tussen de oren; de schedel vlak en met een matige geleidelijk verlopende stop. Mag nooit de indruk geven van een Barzoi hoofd. Ogen: helder, ovaal en groot, niet uitpuilend. Kleur van donkerbruin tot hazelnootkleurig. Oren: lang, tot aan de mondhoek reikend, hoog aangezet. Liggen dicht langs de schedel en zijn zeer beweeglijk.Bedekt met lang zijdeachtig haar, dat bij lichtegekleurde honden vaak wat korter is dan bij de zwarte/donkere saluki. Neus: zwart bij donkere honden en bruin of lichter bij lichter gekleurde honden. Gebit: krachtig en scharend,goed aangesloten. Hals: lang en lenig, goed gespierd, niet dik of grof. Borst: diep, reikend tot aan de ellebogen, matig smal. Voorborst mag nooit de indruk geven van "een omgekeerde V". Ribben voldoende gewelfd - niet vlak, maar ook niet tonvormig - om voldoende ruimte te geven aan het grote hart en de grote longen. Voorhand: schouderbladen goed schuin naar achteren geplaatst, goed gespierd zonder grof te zijn. De voorbenen zijn recht van elleboog tot pols, met hierin voldoende vering. Sterk gespierd, met een vlak bone, nooit rond. Rug en lendenen: tamelijk breed, met de spieren lichtelijk gewelfd over de lendenen zonder het idee te geven van een "karperrug". Achter de schouderbladen een licht dip. Achterhand: sterk, de heupbeenderen ver uit elkaar, met een matige kniehoeking- de knie niet recht maar ook niet overhoekt - lage hak. Voeten: middelmatig lang , de twee middelste tenen duidelijk langer dan de buitenste. De tenen goed gebogen en gesloten,doch geen kattenvoet. Bevederd zowel tussen de tenen als onder de voet (heet zand in oorsprong). Staart: laag aangezet en lang, minimaal reikend tot aan de hak.Goed bevederd met lang, zijdeachtig haar,nooit borstelig. In een natuurlijke bocht gedragen, niet boven de ruglijn. Wordt in het spel vaak hoger gedragen. De croupe valt geleidelijk aan sterker af met als gevolg een mooie, vloeiende belijning. Beharing: op het lichaam glad en zacht, met een lichte tot zwaardere bevedering aan oren, achterkant voorbenen en achterkant dijbenen, staart en tussen de tenen. Ook heeft de saluki vaak een "bef" aan de voorborst. Kleur: alle kleuren en kleurcombinaties zijn toegestaan. Gangverk: verend en dansend al naar gelang de snelheid. Nooit steppend of wevend. Gladhaar: er bestaat ook een gladharige variëteit. Hiervoor gelden dezelfde kenmerken, uitgezonderd de bevedering. Gewicht en hoogte: Zeer ruim genomen naar type; reuen: 65 a circa 70 cm hoog, gewicht tussen de 25 en 30 kilo. Teven: tot circa 66 cm hoog, gewicht tussen de 15 en 22 kilo. Karakter: Afstandelijk voor vreemden; dit zeer zeker voor "buiten", in huis ook afstandelijk, maar toch meer vertrouwend op de baas die de "vreemde" heeft binnen gelaten. Voor het gezin 100% trouw, als algemene regel geldt; "een grote mond is hetzelfde als een tik", m.a.w. met een saluki praat je en hij begrijpt wat je bedoelt.